Klonen: waarom niet?

Biodebat1Al ruim een eeuw wordt er embryologisch onderzoek gedaan, met ingrijpende gevolgen, zoals het gekloonde schaap Dolly. Wanneer zou de gekloonde mens volgen, vroeg men zich af. Want de ervaring leert: als het kán, gebeurt het ook. Volgens de raëlianen is het al zover. Is dat mogelijk, en moet het mogelijk zijn? Een rondgang langs wetenschappers, theologen en ethici. ‘Alle argumenten moeten telkens weer tegen elkaar worden afgewogen.’

Eind december maakte dr. Brigitte Boisselier, hogepriesteres van de Raël-sekte en directeur van de firma Clonaid, bekend dat zij op tweede kerstdag een gekloond mensenkind op de wereld had gezet. De gevestigde wetenschap reagereerde nerveus met allerhande medische en technische bedenkingen. Het Vaticaan deed een donderende vermaning uitgaan. En plotseling werden in de media weer allerlei angstwekkende visioenen uit de kast gehaald, van Aldous Huxleys eugenetisch geperfectioneerde Brave New World en Ira Levins gekloonde Hitlertjes in The Boys from Brazil tot Michel Houellebecqs kloon-fantasieën in Elementaire deeltjes.

Maar bewijzen voor de doorbraak blijven nog altijd uit: de raëlianen houden hun kloontjes, als ze al bestaan, zorgvuldig verborgen. Het aanbod van Buitenhof-bioloog Ronald Plasterk om hoogstpersoonlijk even een dna-test te komen doen schoof sekteleider Raël zelf met een superieur glimlachje terzijde. En de Italiaanse vrouwenarts Severino Antinori, die ook al de aanstaande geboorte van een kloonbaby aankondigde, heeft zijn claim moeten herroepen.

De soep, lijkt het, wordt niet zo heet gegeten als ze wordt opgediend. Maar vele vragen blijven.

Terwijl de rust begon weer te keren, reisde ik half Nederland af om wetenschappers, ethici en theologen uit te horen over het kloneren van mensen. Hoe ver ís de wetenschap eigenlijk? Hoe steekhoudend zijn de ethische bezwaren tegen menselijk kloneren? En welke ontwikkelingen staan ons te wachten?

‘Met de huidige stand van wetenschap,’ zeggen wetenschappers Ronald Plasterk en Christine Mummery van het Hubrecht Laboratorium in Utrecht, ‘is het kloneren van mensen volstrekt onverantwoord.’ Om er meteen aan toe te voegen dat het door velen gewenste wereldwijde verbod op reproductief kloneren, kloonbaby’s dus, niet ten koste mag gaan van therapeutisch kloneren: kloneren voor medische toepassingen. Ruimte voor zulk onderzoek wordt ook bepleit door genbioloog Joep Geraedts en medisch ethicus Guido de Wert, wetenschappers te Maastricht.
Biodebat 2In Ede wordt daar anders over gedacht. ‘Waarom niet kloneren? Waarom wél!’ zegt de protestantse ethicus Henk Jochemsen, directeur van het Lindenboom Instituut. Jochemsen krijgt bijval van monseigneur Eijk, bisschop van Groningen, die het standpunt van de moederkerk vertolkt: een resoluut ‘nee’ tegen kloneren. Maar van joodse zijde komt een ander, onverwacht geluid. De orthodoxe rabbijn Raph Evers in Amsterdam-Zuid betoogt al enige jaren dat vanuit de joodse leer geen bezwaren tegen kloneren van mensen aan te voeren zijn.

De Utrechtse ethicus Egbert Schroten tenslotte bevindtzich ergens in het midden. De principiële bezwaren tegen menselijk kloneren zijn overtrokken, vindt hij. ‘We kunnen ons er maar beter op voorbereiden.’

Werkt het zo? Abortus, euthanasie en in-vitrofertilisatie zijn, ondanks fel verzet, geaccepteerde praktijken geworden, althans in Nederland. Zal het met het kloneren van mensen ook zo gaan? Is de ethiek uiteindelijk tot weinig meer in staat dan damage control, in het kielzog van het wetenschappelijk onderzoek?

In de hal van het Hubrecht Laboratorium in Utrecht prijkt een bordje:Embryologische Collectie. De kelders van het gloednieuwe gebouw herbergen een verzameling van duizenden egels op sterk water, in de negentiende eeuw vergaard door de geleerde A.A.W. Hubrecht. Sindsdien heeft de wetenschap een onvoorstelbaar hoge vlucht genomen. Tegenwoordig krijgen muizen hier bijvoorbeeld hartinfarcten toegediend, waarna menselijke stamcellen, afkomstig van restembryo’s van een paar dagen oud uit ivf-klinieken, worden ingeplant om te kijken of het hart geneest. Van zulk onderzoek wordt veel verwacht. Embryonale stamcellen zijn cellen die nog kunnen uitgroeien tot ieder type lichaamscel. Gehoopt wordt dat daarmee in de toekomst beschadigd weefsel waar dan ook in het lichaam kan worden hersteld.

Eén stap verder in de technologie is therapeutisch kloneren, waarover nu zoveel te doen is: door celkerntransplantatie kan een menselijke eicel voorzien worden van het dna van een ander. Fusie door middel van een stroomstootje brengt een embryo tot stand met het genetisch materiaal van één persoon. De verwachting bestaat dat stamcellen van dat gekloonde embryo gebruikt kunnen worden als donormateriaal, dat vanwege de identiekegenetische eigenschappen minder makkelijk afgestoten zal worden. ‘Therapeutisch kloneren verkeert nog in een zeer experimenteel stadium,’ zegt Christine Mummery, ontwikkelingsbioloog. ‘Maar het gaat vooruit. We kunnen bijvoorbeeld al een muis met een ernstige genetische bloedziekte genezen door therapeutisch kloneren: met zijn eigen cellen, in kweek gerepareerd. In Nederland is therapeutisch kloneren bij mensen, volgens de nieuwe Embryowet, op zijn minst voor de komende drie tot vijf jaar verboden, maar technisch is het op zichzelf een kleine stap.’

Bij reproductief kloneren wordt het door kloneren gecreëerde embryo niet voor stamcellen gebruikt en vernietigd, maar ingebracht in de baarmoeder. Op die wijze kwam in 1996 in Engeland het schaap Dolly ter wereld: het eerste gekloonde schaap op aarde, dat voor enorme opschudding zorgde. Maar twee jaar daarvoor waren ze er in het Hubrecht Laboratorium al in geslaagd twee embryo’s van kalveren te kloneren. Geen haan die ernaar kraaide, want het project werd beëindigd door de geldschieters, Rabobank en vleesindustrie, voordat de kalfjes waren geboren. Bank en bedrijfsleven hadden gehoopt dat er in korte tijd duizend perfecte vleeskoeien gekloond zouden zijn. ‘Maar dat viel tegen,’ zegt Mummery. ‘Ook schaap Dolly bleek pas levensvatbaar na 277 pogingen. En diezelfde moeilijkheden zijn nog lang niet opgelost, als het ooit gebeurt. Dat geldt nog meer voor het kloneren van mensen. Statistisch is de kans heel klein dat dat lukt. En bij het kloneren van konijnen en schapen is gebleken dat áls de geboorte al lukt, verreweg de meeste klonen zware afwijkingen hebben. Schaap Dolly heeft bijvoorbeeld vervroegde ouderdomsverschijnselen, die niemand had voorzien. En er is nog steeds geen enkele vernieuwing in de methode.’ Niettemin is van therapeutisch kloneren op den duur veel te verwachten, denkt Mummery. Dat zou de ethici die tegen kloneren zijn aan het denken moeten zetten. ‘Op het moment dat er succes komt, zijn veel van de bezwaren weg. Maar: die successen ontbreken nog.’ Het publiek kan er nauwelijks op wachten. Laatst werd Mummery gebeld door een mevrouw: of ze haar overleden en al gecremeerde hondje kon laten kloneren. ‘Ik word wel vaker gebeld met dat soort vragen, ook minder irreële. En dan zeg ik: misschien in de toekomst, nu niet.’
Biodebat 3Twee verdiepingen hoger zit Ronald Plasterk, directeur van het laboratorium, achter zijn bureau. ‘Over kloneren bestaan de grootste misverstanden,’ zegt hij. ‘Ik heb eens een Hagenaar ontmoet die zei: “Ik wil gekloond worden, dan kan ik FC Den Haag nog eens kampioen zien worden.” En hij meende het ook nog. De denkfout is natuurlijk dat je gewoon doodgaat, zelfs als je gekloneerd zou worden. Er is dan een tweeling van je geboren die dertig jaar jonger is, met een eigen bewustzijn.’ De raëlianen maken het helemaal bont, vindt Plasterk. ‘Die schijnen te denken dat ze door kloneren het eeuwige leven krijgen. Dat is flauwekul. Als je erfelijkheid zo serieus neemt, hébben we dat eeuwige leven al. Door de raëlianen en vooral door types als Antinori, die zelfs een wetenschappelijke status heeft, wordt de grens tussen wetenschap en loony tunes flinterdun. En daardoor ontstaat het risico van collaterale schade: als de publieke opinie zich tegen zulke praktijken keert, dreigt alle onderzoek naar kloneren verboden te worden. En dat zou schadelijk zijn voor de wetenschap.’

De hype rond het kloneren, waarin de feiten er vaak minder toe lijken te doen, wordt in stand gehouden door een merkwaardige coalitie, meent Plasterk: ‘Door de voorstanders van kloneren die er belang bij hebben hoge verwachtingen te scheppen, door de tegenstanders die de perspectieven zo angstaanjagend mogelijk willen schetsen, en door journalisten die belang hebben bij een spannend verhaal. Dat is alles bij elkaar een sterke lobby.’

Zelfs als er straks inderdaad ergens op de wereld een levensvatbaar gekloond kind geboren wordt, hoeft dat wetenschappelijk nog niet te betekenen dat het dus een goed werkzame techniek is, meent Plasterk, hoe spectaculair die gebeurtenis ook zal zijn. ‘Dan zeg ik: ho even, op het eerste gezicht was Dolly ook gezond. Voordat je kunt zeggen dat het experiment geslaagd is, zou je zéker vijftien jaar moeten wachten om te zien of zich versnelde ouderdom voordoet, of andere genetische afwijkingen. Je hebt pas het recht gekloonde mensen op de wereld te zetten als het risico aanvaardbaar is. Op grond van wat we nu weten ben ik voor een wereldwijd verbod op reproductief kloneren. Misschien zal steeds duidelijker blijken dat reproductief kloneren onveilig was en is en blijft.’

Therapeutisch kloneren, zegt Plasterk, is een ander verhaal. ‘Ik vind dat dat onder voorwaarden moet kunnen en mogen. Een veelgehoord bezwaar daartegen is dat je er menselijke embryo’s voor moet verbruiken. Maar zo’n klontje vind ik geen nieuw leven. Biologisch gezien ontstaat het leven geleidelijk – juridisch is dat ook zo. Bij ivf vinden we het ook niet erg dat restembryo’s worden vernietigd. Waarom zou je ze wel mogen weggooien en er geen cellen van mogen gebruiken voor een medisch doel?’ Ook het inzicht in kloneren moet nog rijpen, meent Plasterk: in de discussie over kloneren is de tijd een factor van belang. ‘Ook de ethiek schuift op. We moeten niet onze moraal in steen willen beitelen voor de generaties na ons.’

Het Lindenboom Instituut voor medische ethiek is gevestigd in de Christelijke Hogeschool te Ede. In de werkvertrekken van de directeur, professor Henk Jochemsen, tevens bijzonder hoogleraar aan de Vrije Universiteit, hangt naast een Pro Life-poster het geschilderde portret van de oude Lindenboom zelf, de grondlegger van de medische ethiek op protestantse grondslag in Nederland. ‘Voorstanders van therapeutisch kloneren hebben het altijd over celkerntransplantatie, alsof het niet om een menselijk wezen gaat,’ zegt Jochemsen. ‘Dank je de koekoek. Er wordt een embryo gecreëerd om er een paar cellen uit te halen, en het vervolgens te vernietigen.’ Sinds jaar en dag is Jochemsen fel tegenstander van kloneren, en overigens ook van abortus en euthanasie. ‘Plasterk beschouwt een “klontje cellen” niet als nieuw leven. Maar biologisch gezien is het embryo wel degelijk een exemplaar van de soort. Ik vind zijn redenering gevaarlijk, omdat daardoor bepaalde exemplaren van de menselijke soort niet meer als beschermwaardig worden beschouwd. Als je zegt dat het leven geleidelijk ontstaat, zeg je eigenlijk dat levensvatbaarheid arbitrair mag worden vastgesteld. Maar een gezonde baby is, in zekere zin, ook niet levensvatbaar, want als ik hem niet verzorg gaat hij dood, net als demente bejaarden. Dat is dus geen geldig argument.’
Biodebat 4Het onderzoek naar kloneren komt deels voort uit geneeskundig onderzoek naar voortplanting. Tegen dat laatste heeft Jochemsen geen ethisch bezwaar. ‘Maar,’ zegt hij, ‘moeten we alles doen wat technisch kan? De druk van patiënten is enorm. Ik vind dat gevaarlijk. Er ontstaat een gevoel van: wij willen een kind, kan niet schelen hoe. Maar ik denk dat het heel wezenlijk is een kind niet als project te zien, maar het te aanvaarden zoals het komt.’ De verhouding tussen ouder en kind is een van de meest fundamentele verhoudingen in het menselijk bestaan, meent Jochemsen. ‘Maar technieken als ivf en prenatale selectie verstoren de onvoorwaardelijke aanvaarding, die voor een normale psychische ontwikkeling van groot belang is. Op de eerste foto’s van de eerste reageerbuisbaby’s hield de dokter altijd het kind omhoog, niet de ouders. Dat is veelzeggend. Kloneren, als het ooit al zou kunnen, gaat nog veel verder.

Bovendien worden door kloneren de normale verwantschapsverhoudingen verstoord. Wie zijn de ouders van de kloon? Juridisch gezien zou de vrouw die de eicel levert en het kind draagt de moeder zijn, maar genetisch is ze de tweelingzus, en haar ouders tegelijkertijd de ouders van het gekloonde kind. Verwarring over de afstamming betekent een aantasting van de menselijke waardigheid. Dat leidt tot een slechtere uitgangspositie voor een normale psychologische, relationele en maatschappelijke ontwikkeling van een kind.’

Prenatale diagnostiek, stamcelonderzoek en, in het verlengde daarvan, kloneringstechnologie bieden de mogelijkheid tot genetische selectie, betoogt Jochemsen. Selectie niet alleen om bij het individu afwijkingen uit te sluiten, maar ook om het meest gewenste patroon te kiezen voor de kiembaan, het hele nageslacht. ‘En dat is eugenetica. Dat vind ik zéér af tewijzen.’

Therapeutisch kloneren wordt verdedigd met een beroep op mogelijke toepassingen in de geneeskunde. Maar dat is allemaal chantage, vindt Jochemsen. ‘Dan heiligt het doel bijna alle middelen. Het is volstrekt onduidelijk of die beloften ooit ingelost zullen worden, en het draagt enorme risico’s met zich mee. Bovendien, als je zegt: therapeutisch kloneren mag, maar reproductief kloneren niet, betekent dat in feite een gebod op het doden van klonen. De wet zou dan eisen dat klonen gedood worden voor de geboorte. Daarom zeg ik: laten we niet aan kloneren beginnen, want we weten niet wat we doen.’

Monseigneur Eijk, bisschop van Groningen, is namens de Nederlandse Bisschoppenconferentie verantwoordelijk voor medisch-ethische zaken. In de jaren zeventig studeerde hij medicijnen in Amsterdam. Hij werkte enige tijd als arts-assistent, voor hij aan zijn priesteropleiding begon.

‘Al in 1987,’ zegt hij, ‘tien jaar voor het eerste zoogdier gekloond werd, heeft de Congregatie voor de Geloofsleer het kloneren van mensen resoluut afgewezen. Wij gaan ervan uit dat ieder kind het recht heeft geboren te worden uit het huwelijk van man en vrouw, en recht heeft op een gezin. Bovendien gaan wij ervan uit dat het embryo mens is vanaf het moment van conceptie, en dus bescherming verdient.’ Vanuit dat perspectief, stelt Eijk vast, voegt zich bij het zogenaamde therapeutisch kloneren nog een probleem: ‘Daarbij wordt de ene mens als biologisch materiaal opgeofferd voor de genezing van de ander. Dat mogen we niet laten gebeuren. En dat doet afbreuk aan de menselijke waardigheid.’

Maar dat is een problematisch begrip: wat te doen in geval van een verschrikkelijke erfelijke ziekte die door kloneren verholpen zou kunnen worden? En wat is de menselijke waardigheid als voor de geboorte vastgesteld wordt dat een kind afschuwelijk lijden te wachten staat, dat door een ingreep te voorkomen zou zijn? ‘Dat blijft een lastige afweging,’ zegt Eijk, ‘maar je kan en mag een mens niet afschrijven vanwege een afwijking.’
Biodebat 5De vrees voor eugenetica wordt, opmerkelijk genoeg, niet gedeeld door de orthodoxe rabbijn Raph Evers, rector van het Nederlands Israelietisch Seminarium in Amsterdam-Zuid. ‘Hoewel het joodse volk onaangename ervaringen heeft met eugenetica, hoeven we er in dit geval niet noodzakelijkerwijs bang voor te zijn,’ zegt hij. ‘Van de doemscenario’s – allemaal kleine Hitlertjes – geloven wij niks. Dat is allemaal flauwekul. Ook gekloonde mensen zullen – als het ooit lukt – een ziel hebben, en uniek zijn.’ Vanuit de talmoed geredeneerd, betoogt Evers, is genetische manipulatie niet onethisch. ‘Alles is toegestaan, zolang de bijbel het niet verbiedt.’ Tegen kloneren vanwege een kinderwens is dus geen bezwaar. En tegen therapeutisch kloneren, om mensen te genezen, al helemaal niet, mits er aan bepaalde randvoorwaarden is voldaan, en misbruik wordt voorkomen. ‘Alle dingen in deze wereld kunnen goed gebruikt of misbruikt worden.’ Nog een belangrijk punt: ‘Het Vaticaan roept dat het ongeboren leven beschermd moet worden vanaf de conceptie, maar dat geldt wat ons betreft alleen voor het leven in de baarmoeder, niet daarbuiten, zoals bij stamceltechnologie en kloneren. In Genesis 9:6 staat: “Hij die het bloed van de mens in de mens vergiet, diens bloed zal vergoten worden.” Daaruit leiden wij af dat de beschermwaardigheid van zo’n klontje cellen alleen geldt, als het zich in de baarmoeder bevindt.’

Leviticus 19:19 wordt er ook weleens bij gehaald. Daar staat geschreven dat het verboden is dieren en planten te kruisen. Maar met kloneren heeft dat niets te maken, zegt Evers, ‘want klonen is geen kruisen’. Het klassieke argument tegen kloneren luidt dat de mens niet op Gods troon moet gaan zitten. Maar zelfs dat gaat niet op. ‘De klassieke joodse bronnen zeggen dat God de wereld opzettelijk onvolmaakt heeft gecreëerd, en ons mensen de taak heeft gegeven de aarde te vervolmaken. Prometheus heeft het vuur gestolen van de goden, en werd daarvoor gestraft. Maar Adam heeft, toen hij verdreven werd uit het paradijs, juist van God het vuur meegekregen. Het gebruik van de techniek is dus niet een inbreuk in Gods schepping, integendeel. In Genesis staat niet alleen “Ga heen en vermenigvuldigt u”, maar ook dat we de aarde moeten veroveren.’

Daar staan we dan, toch weer met lege handen. Of niet? Aan de Universiteit Maastricht pleitte medisch ethicus Guido de Wert al in de jaren tachtig voor een tijdig en open debat over menselijk kloneren, met als stellingname dat er geen biologische wet is die kloneren bij de mens onmogelijk maakt. In die dagen stuitte dat idee op grote weerstand binnen de gevestigde wetenschap, maar nu begint de discussie aardig op gang te komen. Als geen ander kent De Wert de argumenten. ‘Wat in de discussie voortdurend misgaat, is differentiëren,’ zegt hij. ‘We moeten beginnen met het onderscheid tussen reproductief en niet-reproductief kloneren, en tussen kloneren van embryo’s en van bestaande mensen. Bijna iedereen die er verstand van heeft is, op grond van de medische risico’s, van mening dat reproductief klonen vooralsnog volstrekt onverantwoord is. Criminally irresponsible, zoals dat heet. Bij het kloneren van dieren is gebleken dat ze of niet geboren worden, of geboren worden met alle mogelijke afwijkingen, of dat ze tikkende tijdbommen zijn door vroegtijdige veroudering. Als Antinori en de zijnen nu claimen dat ze mogelijke afwijkingen kunnen voorkomen door onderzoek in de reageerbuis, is dat een giller, want dat is volstrekt onmogelijk. Mijn standpunt is daarom: alleen al op grond van de risico’s moet er een wereldwijd moratorium tegen reproductief kloneren worden ingesteld, en gedurende dat moratorium moeten we een diepgravende discussie voeren over de vraag wat te doen als reproductief kloneren op den duur veilig zou kunnen plaatsvinden.’

Daarbij moeten de argumenten zorgvuldig worden gewogen. Zoals het bezwaar dat kloneren onnatuurlijk zou zijn. ‘Ik zeg: wij grijpen voortdurend in in de natuur. Relevante criteria zijn alleen: met welk doel, met welke middelen en wat zijn de effecten?’ En het argument dat kloneren in strijd is met de menselijke waardigheid? ‘Dat zou bijvoorbeeld gelden als je een gekloneerd kind uitsluitend als orgaanbank zou gebruiken. Maar als je reproductief zou kloneren omdat een onvruchtbaar paar geen ander middel ziet, is daar geen sprake van.’ En aantasting van het recht op een eigen identiteit? ‘Dat veronderstelt een sterk genetisch determinisme. Maar: identiteit is het resultaat van allerlei factoren: nature and nurture.’ En het argument dat we steeds meer eisen gaan stellen aan de ‘kwaliteit’ van het ongeboren leven? ‘Dat is meer van toepassing op de prenatale diagnostiek. In deze context vind ik dat een non-issue.’
De Wert vindt het voorbarig een absoluut verbod in te stellen op alle vormen van kloneren. ‘Wat betreft therapeutisch kloneren ben ik voor het moratorium op het maken van embryo’s dat nu geldt. Maar: als na de afgesproken periode medische alternatieven onvoldoende soelaas bieden, moet het overwogen kunnen worden.’ Maar wat te denken van het bezwaar dat bij kloneren embryo’s worden verbruikt? ‘Bij ivf gebeurt dat al. Wie tegen embryonaal onderzoek is kan niet voor ivf zijn, omdat daarbij altijd restembryo’s verloren gaan. Ik pleit voor relatieve beschermwaardigheid. Dat principe ligt ook ten grondslag aan de abortuswet en de embryowet. Dus ook dat is geen doorslaggevend argument, en laat ruimte voor belangrijk wetenschappelijk onderzoek, als er geen geschikte alternatieven zijn om het doel van dat onderzoek te bereiken.’

Uiteindelijk lijkt in dit verband geen enkel argument op zichzelf doorslaggevend. ‘Alle argumenten moeten telkens weer tegen het licht worden gehouden,’ zegt De Wert, ‘en tegen elkaar worden afgewogen.’ Dat is de taak van de ethici, en idealiter ook van de wetenschap zelf. Maar juist aan zelfkritisch vermogen wil het nog weleens schorten. De houding van gevestigde wetenschappers ten pzichte van het kloonactivisme draagt bijvoorbeeld een dubbelzinnig karakter. De gevestigde wetenschap heeft er belang bij zich ferm te distantiëren van sekten als de raëlianen, om te voorkomen dat het onderzoek in diezelfde richting wordt geblokkeerd. Tegelijkertijd zou de wetenschap ervan kunnen profiteren datwetenschappelijke outcasts de kooltjes uit het vuur halen.

‘Dat herken ik wel,’ zegt Joep Geraedts, professor in de genetische celbiologie en afdelingshoofd klinische genetica van het Academisch Ziekenhuis in Maastricht. ‘Ik wil ook niet dat door dat soort activiteiten de mogelijkheden tot therapeutisch kloneren worden afgesneden. De wetenschap in haar totaliteit heeft er groot belang bij dat dit soort onderzoek niet definitief wordt verboden. We moeten de optie voor de toekomst open houden. Maar wil de wetenschap er iets aan hebben, dan moeten degenen die de eerste kloon op de wereld zetten wél volledige openheid geven over de weg ernaartoe: hoeveel vrouwen zwanger gemaakt, hoeveel embryo’s getransplanteerd, hoeveel mislukte zwangerschappen et cetera. Als dat niet gebeurt kan de wetenschap er niets mee, en zegt de geboorte van een gekloond kind heel weinig.’

Geraedts, en met hem vele wetenschappers, vinden kloneren niet op voorhand immoreel. Ook volgens de Utrechtse ethicus Egbert Schroten, directeur van het Centrum voor Bio-ethiek en Gezondheidsrecht, worden de principiële bezwaren tegen kloneren weleens wat overdreven. Maar of dat zoveel uitmaakt is maar de vraag. In de praktijk lijkt het er sterk op dat de ethiek uiteindelijk gedoemd is de wetenschap te volgen. Zou dat inderdaad zo zijn? Is de ethiek uiteindelijk slechts in staat tot het beperken van de schade, in het kielzog van het wetenschappelijk onderzoek? Ooit waren ivf, abortus en euthanasie niet minder omstreden dan kloneren nu, inmiddels zijn het geaccepteerde praktijken. ‘Als het kán, gebeurt het ook’, is in dit verband een veelgehoorde associatie.

‘Dat hoeft niet noodzakelijkerwijs zo te zijn,’ zegt Schroten. ‘Ten tijde van de maanlanding waren er allerlei mensen die dachten dat we straks met zijn allen alleen nog maar geconcentreerd voedsel zouden eten. Kan ook, gebeurt niet. Maar het argument van het hellende vlak is wel ontmoedigend, omdat het altijd tot op zekere hoogte waar is. Als het kan, zie je dat er altijd mafkezen zijn die het toepassen – bijvoorbeeld die raëlianen. De maatschappelijke druk om te gaan kloneren zal groeien. Maar op grote schaal zal het nooit gebeuren. Als kloneren straks wel op een verantwoorde manier blijkt te kunnen, dan is het gewoon een extra voortplantingstechnologie, naast de bestaande.’

Guido de Wert denkt evenmin dat het veelgehoorde ‘als het kan, gebeurt het ook’ altijd uitkomt. Op dementerende bejaarden worden ook geen belastende experimenten uitgevoerd, zegt hij, hoe interessant dat vanuit wetenschappelijk oogpunt ook zou kunnen zijn. ‘Er is geen sprake van een automatisme. De maatschappelijke weerstand tegen kloneren is heel groot. En we zijn er zelf bij. Overigens: als je echt zou denken dat het een automatisme is, hoef je niets meer te verbieden.’

Bovendien heeft zich inmiddels een veelbelovend alternatief voor therapeutisch kloneren aangediend: de directe herprogrammering van volwassen lichaamscellen, met tot doel dezelfde medische toepassingen die nu van therapeutisch kloneren worden verwacht. ‘Dat zou de techniek van de toekomst kunnen zijn,’ zegt De Wert. ‘Ethisch gezien vind ik dat een elegante techniek, met een dubbel voordeel, als het lukt: je hoeft er geen embryo’s voor te maken en te verbruiken, en vrouwen hoeven er geen belastende hormoonbehandeling voor te ondergaan. Maar,’ waarschuwt hij, ‘de ontwikkeling van dit alternatief is niet mogelijk zonder embryo-onderzoek. Dát is de motor.’

Zo gaan we verder. Steeds nieuwe dilemma’s, steeds een nieuwe keuze tussen kwaad en kwaad. Wie met het leven speelt zal er niet aan ontkomen. ‘Veel mensen hebben het gevoel dat we een beetje God spelen,’ zegt Plasterk. ‘Dat gevoel is verbonden met het besef dat we op een verantwoordelijke manier met het menselijk leven om moeten gaan. Dat is misschien het goede nieuws.’

Ben je op zoek naar meer medische informatie? Dan ben je bij Biodebat.nl op het juiste adres. Indien je last hebt van je schouder en je wilt meer informatie lezen omtrent schouderpijn , ga dan naar pijninschouder.nl.