Over Xenotransplantatie

Xenotransplantatie, kan dat?

Xenotransplantatie is een operatie waarbij organen, weefsels of cellen van een dier in een mens worden geïmplanteerd of tijdelijk buiten het lichaam van een patiënt werken. ‘Xeno’ betekent ‘vreemd’ en xenotransplantatie is dus letterlijk ‘de transplantatie van vreemde organen’.
Een patiënt met een slechte hartklep krijgt nu soms al een hartklep van een varken. Dat is de enige gangbare toepassing die al bestaat. Verder is xenotransplantatie nog in onderzoek en zijn er pas op kleine schaal proeven mee gedaan. In de toekomst is er misschien veel meer mogelijk.

Een varkenshart heeft ongeveer dezelfde grootte als een menselijk hart. In gevallen waarin geen menselijke transplantatieharten voorhanden zijn, zou zo’n dierlijk orgaan mogelijk als vervanging kunnen dienen. Maar ook bijvoorbeeld patiënten met suikerziekte zouden in de toekomst kunnen worden behandeld met insulineproducerende cellen uit de alvleesklier van een varken.

Dit zijn voorbeelden van wat er in theorie kan.

De vraag is of mensen xenotransplantatie wel willen. Kun je zomaar een varken gebruiken voor het leveren van organen? Een patiënt die balanceert op het randje van de dood is wellicht snel geneigd om ‘ja’ te zeggen. Omgekeerd zal een dierenbeschermer zich eerder de belangen van het varken aantrekken. De maatschappij en de politiek zullen moeten aangeven welke voordelen en nadelen het zwaarst wegen.

Eén van de knelpunten is de vraag of xenotransplantatie technisch wel kan. Voor het afweersysteem van de mens is het gebruikte dierlijke deel lichaamsvreemd. Daardoor komt er een afstotingsreactie op gang, die tot gevolg heeft dat het lichaam dat deel, bijvoorbeeld een nieuw orgaan, afstoot. Ook is het mogelijk dat nieuwe ziektes via het dierlijke deel in het menselijk lichaam terechtkomen. In het ergste geval zou zo een nieuwe besmettelijke ziekte kunnen ontstaan. Verder is het nog niet duidelijk of een dierlijk orgaan wel goed genoeg kan functioneren in een mens. Er moet nog veel meer onderzoek gedaan worden, voordat duidelijk is of xenotransplantatie een veilige en normale behandeling kan zijn voor patiënten.

Xenotransplantatie, kan dat technisch?
Allemaal hebben we wel eens gehoord van een hart- of niertransplantatie: een ingrijpende operatie waarbij een patiënt een nieuw orgaan ontvangt van een donor. Nu nog zijn organen voor transplantatie meestal afkomstig van overledenen, als er toestemming is gegeven om na het overlijden organen uit te nemen. Sinds de invoering van de Wet op Orgaandonatie in 1998 kunnen alle Nederlanders van 12 jaar of ouder in een donorformulier aangeven of zij daartoe wel of niet bereid zijn. Als iemand niets heeft laten registreren, mogen nabestaanden toestemming geven.
Er bestaat in Nederland een groot tekort aan donororganen. De laatste jaren is de vraag naar donororganen gegroeid, terwijl het aanbod is achtergebleven. Lange wachtlijsten van patiënten vormen zich die bijvoorbeeld een nieuw hart of een nieuwe nier nodig hebben. Er komen sinds de invoering van de Wet op Orgaandonatie wel meer weefsels, zoals hoornvlies, huid en bot ter beschikking voor transplantatie. Het wachten kan te lang duren. Sommige patiënten sterven omdat men niet op tijd een passende donor kan vinden. Anderen moeten wekelijks terug naar het ziekenhuis voor een behandeling en kunnen niet aan het normale leven meedoen. Wetenschappers zijn daarom op zoek naar alternatieven. Eén daarvan is xenotransplantatie, het transplanteren van organen, weefsels of cellen van dier naar mens.

Met welke delen van een dier kan men in de toekomst mogelijk de mens behandelen?

Organen : hart, nieren, lever
Weefsels : huid, hartkleppen (wordt al gedaan)
Cellen : eilandjes van Langerhans (cellen die insuline
produceren), hersencellen (ter behandeling van de ziekte van Parkinson), beenmergcellen, levercellen.

De eerste proeven met deze nieuwe vorm van transplantatie zijn al gedaan. Het is echter nog niet zover dat patiënten in een ziekenhuis kunnen vragen om dierlijke organen, weefsels of cellen. Dat zal zeker nog vijf tot vijftien jaar duren en volgens sommige deskundigen nog veel langer. Er zijn nog grote obstakels die eerst uit de weg geruimd moeten worden, voordat duidelijk is of xenotransplantatie wel kan.
Afstoting
Een groot probleem bij transplantaties van mens naar mens is de afstoting van organen na de operatie. Het afweersysteem van de ontvanger accepteert het nieuwe orgaan niet zomaar. Om afstoting te voorkomen, zoekt de Nederlandse Transplantatie Stichting naar de beste combinatie van ontvanger en gedoneerd orgaan. Bij een juiste combinatie is de kans op afstoting het kleinst. Toch moet de patiënt de rest van zijn leven medicijnen blijven slikken om de lichamelijke afweer tegen het vreemde orgaan af te remmen. Ook bij getransplanteerde cellen en weefsels is afstoting een probleem.

Bij xenotransplantatie is de afstoting nog sterker. De verschillen tussen een varken en een mens zijn immers veel groter dan de verschillen tussen mensen onderling. Dit extra probleem proberen onderzoekers nu te verhelpen door gebruik te maken van speciale varkens als donordier. Het erfelijk materiaal van deze varkens is veranderd (genetisch gemodificeerd). Ze hebben daardoor op de buitenkant van al hun lichaamscellen een ‘jasje’ van menselijke eiwitten zitten. Deze eiwitten zorgen er bij een xenotransplantatie voor dat het lichaam van de ontvanger het orgaan niet als vreemd herkent. De eerste dierproeven met harten van deze speciale varkens wijzen er inderdaad op dat de afstoting minder heftig is, dankzij het menselijke ‘jasje’. Cellen en weefsels van varkens worden veel minder sterk afgestoten dan organen. Voor dit soort transplantaties hoeven varkens mogelijk niet erfelijk veranderd te worden.

Besmettingsgevaar
Maar als het probleem van afstoting is verholpen, zijn we er nog niet. Een ander gevaar schuilt in de overdracht van ziekteverwekkers. Virussen, bacteriën en schimmels die in het varken voorkomen, kunnen via het getransplanteerde orgaan meeliften naar het menselijk lichaam. De gevolgen daarvan zijn niet goed te voorspellen. Er hoeft helemaal niets mis te gaan, maar het kan ook zo zijn dat de patiënt ziek wordt door bijvoorbeeld een varkensvirus. In het lichaam heeft het virus min of meer vrij spel, doordat de patiënt middelen tegen afstoting moet slikken, die ook de afweer tegen ziekteverwekkers verzwakken. In het ergste geval ontstaat er een besmettelijke ziekte die zich onder de bevolking zou kunnen verspreiden, terwijl die ziekte niet of moeilijk te genezen is.

Vanwege dit besmettingsgevaar zullen patiënten na de transplantatie uit voorzorg enige tijd in een geïsoleerde ruimte in het ziekenhuis moeten verblijven. Lichamelijk contact met andere mensen moeten zij een tijd beperken. Dit veiligheidspunt heeft grote aandacht van de onderzoekers, die zoeken naar oplossingen voor dit probleem. Een mogelijkheid is om de varkens die transplantatie-organen gaan leveren, vanaf hun geboorte volledig afgesloten van de buitenwereld in superschone stallen op te laten groeien. Besmetting kan dan zoveel mogelijk worden voorkomen. Overdracht van onbekende ziektekiemen is helaas niet helemaal uit te sluiten.

Xenotransplantatie is overigens niet helemaal nieuw. In de Nederlandse ziekenhuizen worden af en toe varkenshartkleppen getransplanteerd. Het gaat hierbij echter om dood weefsel dat vooraf een speciale behandeling heeft ondergaan. Afstotingsreacties of infectiegevaar komen bij deze transplantaties niet voor. Daarnaast hebben onderzoekers al verschillende kleine proeven gedaan met de transplantatie van levende varkenscellen naar mensen. Nu loopt er een onderzoek met levercellen van een varken. De cellen zijn in een kunstlever geplaatst, die als een soort dialyseapparaat wordt gebruikt. Patiënten bij wie de lever ineens niet meer goed werkt, kunnen hiermee tijdelijk worden behandeld. Uit proeven als deze zijn nog geen standaardbehandelingen gekomen. Toch zullen waarschijnlijk de eerste toepassingen van xenotransplantatie liggen op het gebied van de cel- en weefseltransplantatie, bijvoorbeeld bij mensen met suikerziekte of de ziekte van Parkinson. Pas daarna verwacht men xenotransplantaties van organen.

Xenotransplantatie, kan dat ethisch?
‘Is xenotransplantatie wel of niet aanvaardbaar? En zo ja, onder welke voorwaarden?’ Dit is de hoofdvraag die mensen in dit verband stellen. Het is geen gemakkelijke afweging, omdat er heel uiteenlopende belangen en problemen bij komen kijken.

Voor een patiënt met een ziek orgaan kan xenotransplantatie in de toekomst misschien een uitstel van de dood betekenen, of een mogelijkheid om zich beter te voelen en weer min of meer aan het gewone leven mee te kunnen doen. Sommigen zien xenotransplantatie ook als een mogelijkheid om transplantatie vrij te maken van allerlei emoties die spelen rond orgaandonatie en transplantatie van mens naar mens. Toch zal (zeker in het begin als xenotransplantatie nog nieuw is) dat ‘ja’ tegen xenotransplantatie veel onzekerheden opleveren voor de patiënt: is de behandeling wel effectief? Wat betekent het om allerlei leefregels in acht te moeten nemen en zich verder altijd op eventuele ziekten te moeten laten controleren? Hoe zal een patiënt zich voelen met een varkenshart of met hersencellen van een varken? En hoe kijken anderen tegen zo iemand aan?

Het onderwerp xenotransplantatie roept ook veel vragen op over het gebruik van dieren. Mag je een dier gebruiken als orgaanleverancier net zoals wij dieren gebruiken voor een stukje vlees op ons bord? Of moeten we ervoor waken dat er weer een nieuwe vorm van bio-industrie kan ontstaan, zodat een grote groep dieren niet op een natuurlijke manier kan leven. Tasten we het wezen van het dier aan door het genetisch te modificeren? Heeft het dier geen last van de genetische modificatie? En van de proeven die met de dieren gedaan moeten worden in de loop van de ontwikkeling van xenotransplantatie? Dierenbeschermers zijn vooral ook bang dat de bijzondere manier van huisvesten van xenotransplantatievarkens onder zeer schone omstandigheden, slecht is voor het welzijn van de dieren. Voorstanders van xenotransplantatie stellen daarentegen dat deze varkens een veel betere behandeling krijgen dan hun soortgenoten in de bestaande bio-industrie.

Verder baart het risico dat infecties uit het varken op mensen kunnen overgaan, zorgen. Is het verantwoord om een relatief klein aantal mensen te helpen via xenotrans-plantatie, zolang daarbij het risico bestaat dat een nieuwe ziekte zich onder de bevolking verspreidt? Ook zijn er mensen die wijzen op de grote inspanning en hoge kosten die bij de ontwikkeling van xenotransplantatie komen kijken. Weegt dat op tegen het nut ervan? Moeten we niet meer moeite doen om ziekten, waar mogelijk, te voorkomen?

Iemand zal afhankelijk van zijn levenshouding nog allerlei andere vragen kunnen stellen over xenotransplantatie. Vaak is er geen eenduidig antwoord. Het is goed als mensen hun vragen en ideeën over xenotransplantatie uitspreken. Alleen door veel discussie, zal de maatschappij keuzes kunnen maken over xenotransplantatie.

Xenotransplantatie en de toekomst
Xenotransplantatie is nu nog een experimentele behandeling, behalve als het gaat over varkenshartkleppen. Mocht xenotransplantatie ooit een reguliere behandeling worden, dan is het nog niet zeker welke plaats het zal krijgen ten opzichte van transplantaties van mens naar mens. In het geval van orgaantransplantatie, voldoen organen van menselijke donoren nu eenmaal het beste. Ze hebben precies de goede bouw en functie, en worden redelijk goed geaccepteerd door het lichaam van de ontvanger.

Het Kabinetstandpunt stelt dat xenotransplantatie bij de mens in principe aanvaardbaar is, omdat het tekort aan donoren zo groot is dat mensen onnodig sterven of geen gewoon leven kunnen leiden. Ook denkt het Kabinet dat er nog onvoldoende alternatieve behandelingen voor deze patiënten zijn. Xenotransplantatie zou in de toekomst alleen mogen als het resultaat ongeveer even goed is als bij een gewone transplantatie.
Volgens het Kabinetstandpunt weegt het belang van de patiënt dan op tegen de bezwaren van het houden en gebruiken van (erfelijk veranderde) dieren. Daarom bevat het Kabinetstandpunt geen verbod op xenotransplantatie. De Tweede Kamer volgt de ontwikkelingen op dit gebied kritisch. Of dieren in de toekomst ook inderdaad voor transplantaties zullen worden gebruikt, zal uiteindelijk afhangen van wat ú als burger ervan vindt. Uit de punten die in deze folder naar voren zijn gebracht, blijkt wel dat dit geen gemakkelijke keuze is. Intussen heeft de vaste Commissie voor VWS van de Tweede Kamer tijdens een overleg in november 1999 aangegeven dat er een moratorium (tijdelijk verbod) op bepaalde vormen van xenotransplantatie moet komen.

Ethiek en levensbeschouwing, beschikbaarheid van alternatieven, emoties die spelen in de huidige situatie van orgaandonatie en -transplantatie, veiligheid en de kosten zullen allemaal een belangrijke rol spelen in deze moeilijke afweging.

Politici willen graag met een duidelijke stem van de burger beslissen over xenotransplantatie. Het is daarom belangrijk om nu al over xenotransplantatie na te denken, nog voor het daadwerkelijk in het ziekenhuis kan worden toegepast.